Oefentheorie.be
FR
LessenStilstaan en parkeren

Stilstaan en parkeren

Het verschil tussen stilstaan en parkeren, en de afstanden die je uit het hoofd moet kennen.

Stilstaan of parkeren?

Verboden te parkeren
Verboden te parkeren
Verboden stil te staan en te parkeren
Verboden stil te staan en te parkeren

Stilstaan is je voertuig niet langer stil houden dan nodig is om mensen te laten in- of uitstappen, of om goederen te laden en lossen.

Parkeren is al de rest: je voertuig staat er langer dan dat.

Het verschil zit dus in de reden, niet in de klok. Wie vijf minuten op iemand wacht, parkeert.

OnthoudWaar parkeren verboden is, mag stilstaan nog. Waar stilstaan verboden is, mag niets.
1 / 6

6 dia's

Stilstaan en parkeren — de hele les als tekst

Dezelfde les om in één keer door te lezen of af te drukken. Wil je ze dia per dia doornemen, gebruik dan de knoppen hierboven.

Stilstaan of parkeren?

Stilstaan is je voertuig niet langer stil houden dan nodig is om mensen te laten in- of uitstappen, of om goederen te laden en lossen.

Parkeren is al de rest: je voertuig staat er langer dan dat.

Het verschil zit dus in de reden, niet in de klok. Wie vijf minuten op iemand wacht, parkeert.

Borden bij deze dia: Verboden te parkeren, Verboden stil te staan en te parkeren.

Onthoud: Waar parkeren verboden is, mag stilstaan nog. Waar stilstaan verboden is, mag niets.

Waar je nooit mag stilstaan of parkeren

- Op een zebrapad of een fietsoversteek, en op minder dan 5 meter ervoor. - Op een fietspad, en op minder dan 5 meter van de plaats waar fietsers het fietspad moeten verlaten of oprijden. - Op een kruispunt en op minder dan 5 meter ervan. - Op een overweg. - Op de rijbaan waar die in rijstroken verdeeld is, en op de busbaan. - Op de trottoirs en op verhoogde bermen binnen de bebouwde kom, tenzij het toegelaten is. - Op een plek waar je het zicht van anderen ernstig beperkt, zoals net na een bocht of op een heuveltop.

Opgelet: Die 5 meter is het cijfer dat op het examen het vaakst terugkomt. Leer het uit het hoofd.

Waar parkeren verboden is, maar stilstaan nog mag

- Op minder dan 1 meter voor of achter een ander geparkeerd voertuig, als je daardoor de doorgang hindert. - Vóór een inrit of garagepoort, behalve de jouwe als je voertuig er past. - Op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bushalte of tramhalte. - Op minder dan 20 meter vóór een verkeerslicht of verkeersbord dat op hoogte hangt, buiten de bebouwde kom. - Op plaatsen die zijn voorbehouden: personen met een handicap, laden en lossen, taxi's, elektrische laadpunten. - Waar de voetgangers daardoor op de rijbaan moeten lopen.

Aan welke kant je parkeert

Je parkeert rechts ten opzichte van je rijrichting.

Links parkeren mag alleen: - in een eenrichtingsstraat — daar mag je aan beide kanten; - op een weg waar er geen tweerichtingsverkeer is, zoals op een spoorbaan in het midden.

Je zet je voertuig zo dicht mogelijk bij de rand van de rijbaan, parallel, zonder het verkeer te hinderen.

Borden bij deze dia: Eenrichtingsverkeer.

Blauwe zone, bewonerskaart en parkeerschijf

In een blauwe zone leg je de parkeerschijf achter je voorruit. Je zet de pijl op het uur van aankomst en rondt af naar boven, tot het volgende half uur.

Bij beurtelings parkeren staat je auto van de 1e tot de 15e van de maand aan de ene kant, en de rest van de maand aan de andere. Je verandert van kant op de laatste dag van die periode, tussen 19.30 u en 20 u.

Borden bij deze dia: Blauwe zone (parkeerschijf verplicht), Beurtelings parkeren.

Je voertuig verlaten

Als je je voertuig verlaat, moet je:

- de motor afzetten en het voertuig vastzetten (handrem, versnelling, wielen); - de deuren sluiten en de sleutel meenemen; - erop letten dat je het voertuig niet opent of verlaat op een manier die anderen hindert of in gevaar brengt — kijk in je spiegel vóór je de deur opent; - bij pech of een ongeval: waarschuwingslichten aan, fluohesje aan vóór je uitstapt en de gevarendriehoek plaatsen, minstens 30 meter achter je voertuig buiten de bebouwde kom en 100 meter op de autosnelweg.

Opgelet: Het hesje hoort in de auto, niet in de koffer: je moet het aan hebben vóór je uitstapt.

Oefen parkeren