Oefentheorie.be
NL
LeçonsVitesse, distance et freinage

Vitesse, distance et freinage

De cijfers die je moet kennen, en waarom een paar km/u meer zoveel verschil maakt.

De algemene snelheidslimieten

Début d’agglomération
Début d’agglomération
Fin d’agglomération
Fin d’agglomération
Début d’autoroute
Début d’autoroute

Zonder bord gelden in België deze limieten voor een personenwagen:

  • Bebouwde kom: 50 km/u. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is 30 km/u de norm.
  • Buiten de bebouwde kom: in Vlaanderen 70 km/u, in Wallonië 90 km/u.
  • Autoweg: 120 km/u, tenzij de borden minder aangeven.
  • Autosnelweg: 120 km/u, met een minimum van 70 km/u.
  • Woonerf: 20 km/u. Zone 30: 30 km/u. Schoolomgeving: 30 km/u.
AttentionEen bord wint altijd van de algemene regel. En een snelheidsfout is op het examen auto altijd een zware overtreding.
Petite vérification

Je rijdt in Vlaanderen op een gewestweg buiten de bebouwde kom. Er staat geen enkel snelheidsbord. Hoe snel mag je?

1 / 5

5 diapositives

Snelheid, afstand en remweg — de hele les als tekst

La même leçon, à lire d’une traite ou à imprimer. Pour la parcourir diapositive par diapositive, utilisez les boutons ci-dessus.

De algemene snelheidslimieten

Zonder bord gelden in België deze limieten voor een personenwagen:

  • Bebouwde kom: 50 km/u. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is 30 km/u de norm.
  • Buiten de bebouwde kom: in Vlaanderen 70 km/u, in Wallonië 90 km/u.
  • Autoweg: 120 km/u, tenzij de borden minder aangeven.
  • Autosnelweg: 120 km/u, met een minimum van 70 km/u.
  • Woonerf: 20 km/u. Zone 30: 30 km/u. Schoolomgeving: 30 km/u.

Panneaux de cette diapositive :Début d’agglomération, Fin d’agglomération, Début d’autoroute.

Attention :Een bord wint altijd van de algemene regel. En een snelheidsfout is op het examen auto altijd een zware overtreding.

Snelheid aanpassen is een verplichting

De limiet is een maximum, geen doel. Je moet je snelheid altijd aanpassen aan:

  • het zicht (mist, regen, nacht, een bocht die je niet kunt inkijken);
  • het wegdek (nat, bladeren, ijzel, grind);
  • de drukte en de aanwezigheid van zwakke weggebruikers;
  • je lading en de staat van je voertuig.

Je moet altijd kunnen stoppen voor een hindernis die je kunt zien aankomen.

Retenez :Rijd nooit sneller dan je kunt zien. Bij mist met 50 meter zicht is 50 km/u al te snel.

Reactieafstand, remafstand, stopafstand

Je stopafstand bestaat uit twee stukken:

- Reactieafstand: de meters die je rijdt terwijl je nog niet remt. Reken op ongeveer 1 seconde. Bij 50 km/u is dat 14 meter, bij 90 km/u 25 meter, bij 120 km/u 33 meter. - Remafstand: de meters die je nodig hebt zodra je remt. Een vuistregel: neem de tientallen van je snelheid en kwadrateer ze. Bij 50 km/u: 5 x 5 = 25 meter. Bij 90 km/u: 9 x 9 = 81 meter.

Bij 50 km/u sta je dus na ongeveer 40 meter stil. Bij 90 km/u na meer dan 100 meter.

Attention :Op een nat wegdek wordt de remafstand ongeveer twee keer zo lang. Op ijzel tot tien keer.

De regel van 2 seconden

Een veilige volgafstand meet je niet in meters maar in tijd. Kies een vast punt langs de weg. Als de auto voor je er voorbij is, moet je er zelf minstens 2 seconden later zijn.

Bij regen of slecht zicht maak je dat 4 seconden. Met een aanhangwagen of een zware wagen nog meer.

Op de autosnelweg geldt bovendien: met een voertuig van meer dan 7,5 ton of langer dan 7 meter moet je minstens 50 meter afstand houden.

Retenez :Tel luidop: "een-en-twintig, twee-en-twintig". Pas daarna mag jij er voorbij zijn.

Waarom die paar km/u tellen

De remafstand stijgt niet gelijk met de snelheid maar met het kwadraat ervan. Tien procent sneller rijden betekent eenentwintig procent meer remafstand.

Concreet: wie met 50 km/u nog net stilstaat voor een kind, raakt dat kind met 60 km/u nog met ongeveer 40 km/u. Dat is het verschil tussen een schrik en een begrafenis.

Travailler snelheid