Oefentheorie.be
NL
LeçonsLe véhicule et les documents

Het voertuig en je papieren

Wat in orde moet zijn voor je de weg op gaat, en wat je bij je moet hebben.

Documenten die je bij je hebt

Bij een controle moet je kunnen voorleggen:

  • je rijbewijs (of voorlopig rijbewijs);
  • het inschrijvingsbewijs van het voertuig;
  • het gelijkvormigheidsattest;
  • het verzekeringsbewijs (groene kaart);
  • het keuringsbewijs, als het voertuig keuringsplichtig is.

Een identiteitskaart heb je altijd bij je, ook als voetganger of fietser.

1 / 6

6 diapositives

Het voertuig en je papieren — de hele les als tekst

La même leçon, à lire d’une traite ou à imprimer. Pour la parcourir diapositive par diapositive, utilisez les boutons ci-dessus.

Documenten die je bij je hebt

Bij een controle moet je kunnen voorleggen:

  • je rijbewijs (of voorlopig rijbewijs);
  • het inschrijvingsbewijs van het voertuig;
  • het gelijkvormigheidsattest;
  • het verzekeringsbewijs (groene kaart);
  • het keuringsbewijs, als het voertuig keuringsplichtig is.

Een identiteitskaart heb je altijd bij je, ook als voetganger of fietser.

Verzekering en keuring

De burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering (BA) is wettelijk verplicht. Rijden zonder verzekering is een misdrijf; de schade die je veroorzaakt moet je dan zelf betalen, soms je leven lang.

De technische keuring voor een personenwagen is verplicht: - de eerste keer na 4 jaar, daarna jaarlijks; - vóór de verkoop aan een particulier; - na een ongeval met belangrijke schade.

Verplichte uitrusting

In een in België ingeschreven auto moet er zijn:

  • een gevarendriehoek;
  • een fluorescerend hesje (binnen handbereik, niet in de koffer);
  • een brandblusser;
  • een verbanddoos.

Je pneus moeten minstens 1,6 mm profiel hebben. Winterpneus is in België niet verplicht, maar wel aangeraden; bij sneeuwkettingen mag je maximaal 50 km/u.

Retenez :Het hesje hoort vooraan. Je moet het aan hebben vóór je uitstapt op de pechstrook.

Lading

Je lading mag:

  • het zicht van de bestuurder niet hinderen;
  • de lichten, nummerplaat of richtingaanwijzers niet verbergen;
  • niet slepen, vallen of stuiven;
  • niet buiten de toegelaten afmetingen komen.

Steekt de lading meer dan 1 meter achteruit, dan moet ze gesignaleerd worden met een vierkant bord met rode en witte strepen. 's Nachts hoort daar ook een rood licht bij.

De massa van je voertuig mag de toegelaten maximummassa (MTM) niet overschrijden. Passagiers, bagage en een trekhaaklast tellen allemaal mee.

Milieu en zuinig rijden

  • Schakel vroeg op en rijd op lage toeren; dat scheelt tot 15 % brandstof.
  • Rol uit in plaats van te remmen: wie ver kijkt, remt minder.
  • Controleer je spanning: te zachte pneus verbruiken meer en slijten sneller.
  • Zet de motor af als je langer dan een minuut stilstaat.
  • Haal de dakkoffer eraf als je ze niet nodig hebt: ze kost veel luchtweerstand.
  • Rijd niet onnodig met airco op volle kracht, en haal overbodig gewicht uit de koffer.

Pech en defecten

Bij pech op de autosnelweg: zo ver mogelijk naar de pechstrook, waarschuwingslichten aan, hesje aan, uitstappen aan de kant van de berm en achter de vangrail wachten.

De gevarendriehoek plaats je minstens 100 meter achter je voertuig op de autosnelweg, en 30 meter op andere wegen buiten de bebouwde kom.

In een tunnel: motor af, sleutel laten zitten, en te voet naar de dichtstbijzijnde nooduitgang. Blijf nooit in of bij je wagen.

Panneaux de cette diapositive :Bande d’arrêt d’urgence, Tunnel.

Attention :Nooit op de pechstrook achter je wagen blijven staan om naar de schade te kijken. Dat is de gevaarlijkste plek van het hele wegennet.

Travailler voertuig